Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 december 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
in beginselte rekenen zijn tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten, liggen de kosten waarvoor eiser bijzondere bijstand heeft gevraagd niet binnen de grens van wat algemeen noodzakelijk is. Eiser reist namelijk dagelijks zonder vervoersbewijs, omdat hij graag zo reist en dit gaat gepaard met strafopleggingen. De kosten zijn daarom niet noodzakelijk, maar wenselijk om het opleggen van straffen en dus ook maatschappelijke kosten te voorkomen. Hoewel de ISD begrijpt dat het dagelijks zwart reizen van eiser gepaard gaat met hoge maatschappelijke kosten, is toch geen noodzaak om bijzondere bijstand op grond van artikel 18 van Pro de Participatiewet te verstrekken.