Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2024 in de zaak tussen
[eiser](eiser), uit [plaats] , hierna gezamenlijk aangeduid als eisers
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Op 26 januari 2022 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Daarbij heeft zij aangegeven dat zij maandelijks € 1.800,- als voorschot op de winst ontvangt vanuit het bedrijf. Dit heeft aanleiding gevormd voor het college om een hercontrole uit te voeren voor de ontvangen uitkeringen op grond van de Tozo.
Op 22 februari 2021 zijn de gegevens aangeleverd ten behoeve van een hercontrole. Op die datum is een e-mail gestuurd met daarin bankafschriften waarop staat dat maandelijks
€ 1.800,- van de zakelijke rekening naar de privérekening wordt overgemaakt. Voor de periode daarvoor geldt dat de inlichtingenplicht is geschonden en daarom vordert het college het teveel betaalde bedrag aan Tozo-uitkering van € 11.681,84 terug op grond van artikel 58, eerste lid, van de Participatiewet, respectievelijk artikel 59 van Pro de Participatiewet.
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Omvang van het geschil
Grondslag bestreden besluit
Zij stellen dat het college op grond van de gegevens die bij de aanvragen om een Tozo-uitkering zijn aangeleverd redelijkerwijs had kunnen en moeten weten dat geen recht bestond op een Tozo-uitkering. Uit de aanvraagformulieren en de daarbij overgelegde bankafschriften bleek immers al dat vanaf de zakelijke bankrekening maandelijks een bedrag naar de privérekening werd overgemaakt, ter aflossing aan de [b.v.] en ter voldoening van de vaste lasten. Het had daarom al vanaf de eerste Tozo-aanvraag in juli 2020 voor het college duidelijk moeten zijn dat eisers geen recht hadden op een Tozo-uitkering per 1 juli 2020. Een medewerker van de gemeente, de heer [naam] , heeft eisers bij de Tozo-aanvraag geholpen en meerdere keren aangeraden om bij het inkomen “0” in te vullen. Eisers mochten er, nu het inkomen bij het college van aanvang af bekend was, op vertrouwen dat zij niet alleen vanaf 22 februari 2021, maar (ook) over de periode van 1 juli 2020 tot en met 21 februari 2021 recht hadden op een Tozo-uitkering. Subsidiair stellen eisers dat zij in ieder geval recht hadden op Tozo 3-uitkering, nu het heronderzoek van het college op de gehele periode van Tozo 3 zag, en desondanks is besloten de uitkering voort te zetten. Eisers verzoeken de rechtbank om het college – bij gegrondverklaring van het beroep – te veroordelen tot het betalen van de proceskosten en een schadevergoeding.
Standpunt college
Schending inlichtingenplicht?
Tussenconclusie intrekking Tozo 2 en Tozo 3 (tot 22 februari 2021)
Bevoegdheid tot intrekking en terugvordering?
Beroep op het vertrouwensbeginsel
Conclusie en gevolgen
De vergoeding bedraagt € 1.750,- omdat de gemachtigde van eisers een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. De proceskosten in de bezwaarprocedure zijn al vergoed door het college. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Schadevergoeding
Beslissing
Informatie over hoger beroep
[…]
1. Onder inkomen wordt verstaan de op grond van artikel 31 in Pro aanmerking genomen middelen voorzover deze:
1. Het college van de gemeente die de bijstand heeft verleend vordert de kosten van bijstand terug voor zover de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
1. Onverminderd artikel 58 kunnen Pro kosten van bijstand, indien de bijstand aan een gezin wordt verleend, van alle gezinsleden worden teruggevorderd.