ECLI:NL:RBZWB:2024:8926
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van € 8.538 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betreft de juiste afschrijvingsmethode, de hoogte van de historische nieuwprijs, de handelsinkoopwaarde en de waardevermindering door schade.
De rechtbank oordeelt dat het taxatierapport van belanghebbende niet betrouwbaar is vanwege afwijkingen in CO2-uitstoot, historische nieuwprijs en gebruikte koerslijst. Ook de koerslijstmethode is niet toepasbaar. Daarom moet de forfaitaire afschrijvingstabel worden gebruikt, wat leidt tot een hogere verschuldigde BPM dan de naheffingsaanslag.
Belanghebbende heeft daarnaast een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel, maar de rechtbank wijst dit af omdat de inspecteur geen bewuste standpuntbepaling heeft gedaan. De naheffingsaanslag wordt gehandhaafd.
Verder is de redelijke termijn voor afhandeling van het bezwaar met vier maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 500, waarvan de helft voor rekening van de inspecteur en de helft voor de Staat komt. Proceskosten voor het verzoek worden eveneens deels vergoed.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding en een deel van de proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.