ECLI:NL:RBZWB:2024:8957
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens tijdige beslissing op WOZ-waardeaanvraag
Belanghebbende heeft op 5 maart 2024 een brief gestuurd met het verzoek om de WOZ-beschikking voor 2024 op een bepaald bedrag vast te stellen. De heffingsambtenaar heeft vervolgens op 31 maart 2024 een beschikking afgegeven waarin de waarde op een hoger bedrag werd vastgesteld, waarmee het verzoek van belanghebbende feitelijk is afgewezen.
Belanghebbende stelde de heffingsambtenaar op 13 mei 2024 in gebreke en diende op 1 juli 2024 beroep in wegens het vermeende niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. De rechtbank oordeelt dat de brief van 5 maart 2024 als aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro moet worden gezien en dat met de beschikking van 31 maart 2024 op die aanvraag is beslist.
Omdat de beslissing binnen de wettelijke termijn is genomen, is er geen sprake van niet tijdig beslissen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Tevens wordt het verzoek om een dwangsom afgewezen omdat de ingebrekestelling pas na de beschikking is verzonden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de WOZ-beschikking tijdig is vastgesteld.