Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
1.De tenlastelegging
2.De voorvragen
3.De beoordeling van het bewijs
een of meerdere keren langs het huis en/of bedrijf van die [slachtoffer] en/of het langs het huis van die [naam 3] te gaan), 9 (
een of meerdere keren berichten te sturen met de strekking dat die [slachtoffer] moest bellen en/of dat hij, verdachte, die [slachtoffer] moest zien, omdat anders hij, verdachte die [slachtoffer] en/of die [naam 3] zou komen opzoeken en/of),en 10 (
die [slachtoffer] via de telefoon dreigend de woorden toe te voegen: ‘ik maak je kapot’, ‘ik neuk je vrouw’ en/of ‘ik neuk je dochter’) omdat deze niet hebben kunnen bijgedragen aan de ten laste gelegde voltooide dwang.
€ 20.000,- aan rente of boete verschuldigd zijn. Dit bedrag wilde hij op [slachtoffer] verhalen. Uiteindelijk heeft [slachtoffer] na een gesprek in [restaurant] een bedrag van
€ 100.000,- inlegt.
12 juni 2019te Bergen op Zoom een ander, te weten [slachtoffer] , door enige andere feitelijkheid tegen die ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten het betalen van geld, door
4.De strafbaarheid
5.De strafoplegging
6.De benadeelde partij
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
60 (zestig) dagen;
een gevangenisstraf van 1 (één) maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;