Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve verkeersboete opgelegd wegens het overtreden van een geslotenverklaring (eenrichtingsverkeer) op de Oude Vest te Breda op 14 november 2022 om 21:15 uur. Betrokkene stelde dat de bebording onduidelijk was en dat de boa die de boete uitschreef niet bevoegd was omdat niet kon worden vastgesteld dat de geslotenverklaring was ingesteld ter bescherming van de openbare orde of leefbaarheid.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Op de zitting van 21 november 2024 verschenen betrokkene en zijn gemachtigde niet. De kantonrechter oordeelde dat niet was komen vast te staan dat de gedraging had plaatsgevonden en dat de boa niet bevoegd was om te verbaliserend op te treden.
Daarom werd de boete en de beslissing van de officier van justitie vernietigd. Het door betrokkene betaalde bedrag aan zekerheidstelling moest worden terugbetaald. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding van €749,50 aan betrokkene.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.