Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het parkeren op een parkeergelegenheid op een wijze die niet overeenkomt met de aanwijzingen op het onderbord, op 2 maart 2023 te Oosterhout. Betrokkene stelde dat hij een geldige bewonersparkeervergunning had die onbeperkt parkeren op vergunninghouders- en betaaldparkeervakken toestond.
De officier van justitie verklaarde het administratief beroep ongegrond waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie; betrokkene en zijn gemachtigde waren afwezig.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. Betrokkene bracht geen specifieke feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. De parkeervergunning biedt geen vrijstelling van de maximale parkeerduur op het onderbord. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete gehandhaafd.