Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet gebruiken van de rijbaan als snorfietser op de Veemarktstraat te Breda op 2 september 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete, stellende dat het verkeersbord niet goed zichtbaar was en dat de boete niet redelijk was gezien de omstandigheden. De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege te late indiening.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep inderdaad te laat was ingediend, aangezien de wettelijke termijn van zes weken was verstreken. Betrokkene voerde aan dat persoonlijke omstandigheden zoals trouwen en zwangerschap de vertraging verklaarden, maar dit werd niet als verschoonbaar beschouwd.
De kantonrechter concludeerde dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de te late indiening niet aan hem kon worden toegerekend. Hierdoor bleef het beroep niet-ontvankelijk en werd het beroep ongegrond verklaard. De inhoudelijke beoordeling van de boete kon daardoor niet plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is ongegrond verklaard wegens te late indiening.