Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens rijden op het fietspad op de Visserstraat te Breda op 27 augustus 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Op de zitting van 21 november 2024 verschenen noch betrokkene noch zijn gemachtigde. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststond op basis van de verklaring van de verbalisant en dat er geen reden was om daaraan te twijfelen. De boete was terecht opgelegd.
De kantonrechter oordeelde echter dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete op 13 september 2022. Daarom werd de boete gematigd met 25%.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten in de fase van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. De beslissing van de officier van justitie werd aldus gewijzigd.
Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten worden vergoed.