Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet omdat zij als snorfietser op 31 augustus 2022 niet de rijbaan gebruikte terwijl er geen verplicht fietspad aanwezig was op de Grote Markt te Breda. Betrokkene voerde aan dat het verkeersbord niet vanuit alle richtingen zichtbaar was en dat zij niet bewust was van het passeren van het bord. Tevens was onduidelijk waar de cameraregistratie grens lag.
De officier van justitie stelde dat de gedraging vaststond, ondersteund door foto’s en verklaringen, en erkende dat betrokkene niet was gewezen op het recht om gehoord te worden, waardoor de hoorplicht was geschonden. Daarom verzocht de officier om matiging van de boete met 50%.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging terecht was vastgesteld op basis van de verbalisantverklaring en het dossier. Wel was er reden om de boete te matigen, mede omdat betrokkene kort na de overtreding was afgestapt en vanwege de schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn. De boete werd gematigd tot € 50,- plus administratiekosten. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete is gematigd tot € 50,- vanwege hoorplichtschending en overschrijding van de redelijke termijn.