Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring (eenrichtingsverkeer) op 8 mei 2022 in Breda. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en dat de boete terecht aan de kentekenhouder was opgelegd, omdat de verbalisant te voet was en betrokkene wegreed, waardoor geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden met vier maanden.
Gezien deze termijnoverschrijding matigde de kantonrechter de boete met 25%. Tevens werd het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald en werd een proceskostenvergoeding van €437,50 toegekend aan betrokkene. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.