Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
V.O.F. [betrokene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet voor laten gaan van een voorrangsvoertuig op de Rijksweg A27 te Raamsdonkveer op 17 juni 2022. Betrokkene voerde aan dat hij met een paard en veulen reed en vanwege de hoge temperatuur niet te lang kon stilstaan, waardoor hij via de vluchtstrook langs een file reed. Tevens werd schending van de hoorplicht aangevoerd.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat de omstandigheden aangevoerd door betrokkene geen twijfel aan die juistheid rechtvaardigen. Betrokkene had vooraf het weerbericht kunnen raadplegen en had dus een keuze kunnen maken om al dan niet te rijden.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met ruim vier maanden was overschreden. Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €437,50 toegekend aan betrokkene. De beslissing van de officier van justitie werd dienovereenkomstig gewijzigd.
Uitkomst: De boete wegens het niet verlenen van voorrang aan een voorrangsvoertuig wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn.