Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A16 te Breda op 20 juni 2022. Betrokkene stelde dat hij geen mobiel apparaat vasthield, maar een pakje sigaretten, en betwistte de waarneming van de verbalisant.
De officier van justitie handhaafde de boete, maar de kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs dat de gedraging had plaatsgevonden. Betrokkene bracht geen specifieke feiten aan om de juistheid van deze verklaring te betwijfelen.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met ruim vier maanden was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.