Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een plek bestemd voor een andere voertuigcategorie. Betrokkene voerde aan dat de boete ten onrechte was opgelegd omdat er geen staandehouding had plaatsgevonden en de verbalisant geen pardontijd had gehanteerd.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding omdat het voertuig geparkeerd stond. De stelling dat de verbalisant had moeten aanbellen werd verworpen.
De procedure duurde langer dan de redelijke termijn van twee jaar, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van de kantonrechterfase. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd tot €75 en er wordt een proceskostenvergoeding van €875 toegekend.