Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het stilstaan op het trottoir op de Schouwburgring te Tilburg op 20 augustus 2021. Betrokkene voerde aan dat het geen trottoir betrof maar een in- of uitrit met een roldeur voor laden en lossen, en verzocht om matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De officier van justitie stelde dat het weggedeelte een trottoir is en erkende de overschrijding van de redelijke termijn, waardoor matiging van de boete op zijn plaats is. De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en foto’s voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat het geen in- of uitrit betreft.
De redelijke termijn van behandeling is met ruim een jaar overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter. De officier van justitie wordt veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde zekerheidstelling en de proceskosten.
De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd en de boete wordt verminderd tot € 75,- plus administratiekosten van € 9,-. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd tot € 75,- plus administratiekosten.