Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Overschrijding redelijke termijn
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetgangersgebied aan de Nieuwlandstraat te Tilburg op 22 maart 2022. Betrokkene voerde aan dat de signalering onduidelijk was en dat het oorspronkelijke plan van aanpak geen digitale handhaving omvatte. De officier van justitie stelde dat het plan van aanpak van 20 mei 2020 wel was goedgekeurd, waarmee digitale handhaving rechtsgeldig was.
De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de boa’s bevoegd waren om digitaal te handhaven. Uit eerdere uitspraken volgt dat boetes na 3 november 2021 terecht zijn opgelegd vanwege voldoende duidelijke bebording. De boete van 20 april 2022 valt binnen deze periode en is daarom gegrond.
Echter is de redelijke termijn van behandeling overschreden met ruim zeven maanden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. Tevens wordt een proceskostenvergoeding van €875 toegekend voor de kantonrechterfase. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 16 december 2024 en is openbaar. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard met matiging van de boete met 25% wegens overschrijding redelijke termijn.