Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verzekering voor een bromfiets, geconstateerd door RDW op 31 maart 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, omdat hij niet op de hoogte was dat de bromfiets uit de berging van zijn zoon was gehaald en niet wist waar het voertuig zich bevond. De woningbouwstichting had de bromfiets zonder mededeling weggehaald, waardoor de bromfiets tussen wal en schip raakte.
De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat het de plicht is van de kentekenhouder om het voertuig verzekerd of geschorst te houden. Desondanks vond de rechtbank de omstandigheden die betrokkene aanvoerde voldoende reden om de boete te matigen. De boete werd verlaagd van het oorspronkelijke bedrag naar € 200,- plus administratiekosten.
Daarnaast werd het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling door de officier van justitie terugbetaald aan betrokkene. Vanwege de matiging van de boete kende de rechtbank ook een proceskostenvergoeding toe van € 1.187,00 aan betrokkene. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gedeeltelijk gewijzigd.
Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van de bromfiets is gematigd tot € 200,- en betrokkene krijgt proceskostenvergoeding toegekend.