Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het fietspad aan de Willem II-straat te Tilburg op 5 juni 2021. Hij stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de boete onterecht was opgelegd omdat het bord niet zichtbaar was en er sprake was van een fuik zonder vooraankondigingen. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene zich tot de kantonrechter wendde.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant en de foto in het dossier voldoende blijkt dat de overtreding is begaan. De aangevoerde bezwaren van betrokkene gaven geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de verklaring. Wel was er sprake van overschrijding van de redelijke termijn van berechting, aangezien de procedure meer dan anderhalf jaar duurde na oplegging van de boete.
Daarom werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene voor de kantonrechterfase. De beslissing van de officier van justitie werd aldus gewijzigd.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd tot € 112,50 plus administratiekosten.