ECLI:NL:RBZWB:2024:956
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing pgb met terugwerkende kracht wegens ontbreken aanvraag en zorgovereenkomst
Eiseres heeft een persoonsgebonden budget (pgb) aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf 12 mei 2020, de datum van haar indicatie voor beschermd wonen met intensieve dementiezorg. Het zorgkantoor heeft het pgb toegekend vanaf 1 december 2021, omdat pas vanaf die datum niet langer sprake was van volledige zorginzet in natura en er geen eerdere aanvraag was ingediend.
De rechtbank stelt vast dat een pgb niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend omdat aan alle voorwaarden, zoals het goedkeuren van een zorgovereenkomst door het zorgkantoor en de Sociale Verzekeringsbank, moet zijn voldaan voordat de zorg aanvangt. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake was van minder dan 100% zorginzet in natura vóór 1 december 2021.
Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat eiseres wel procesbelang heeft vanwege mogelijke schade, maar dat het zorgkantoor terecht heeft gehandeld binnen de wettelijke kaders. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de mededeling waarop eiseres zich beroept afkomstig was van een andere organisatie dan het zorgkantoor.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het pgb wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.