Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht
Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd.
Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
Artikel 1:3, voor zover van belang:
Onder ‘besluit’ wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
[…]
Onder ‘aanvraag’ wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.
[…]
Artikel 7:1, eerste lid:
Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij:
het besluit in bezwaar of in administratief beroep is genomen,
het besluit aan goedkeuring is onderworpen,
het besluit een goedkeuring of een weigering daarvan inhoudt,
het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4,
het besluit is genomen op basis van een uitspraak waarin de bestuursrechter met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, onderdeel a, heeft bepaald dat afdeling 3.4 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft,
het beroep zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit,
het besluit is genomen op grond van een voorschrift als genoemd in de bij deze wet behorende Regeling rechtstreeks beroep dan wel het besluit anderszins in die regeling is omschreven.
Artikel 8:1:
Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.
Algemene plaatselijke verordening
Artikel 2:12 (Maken of veranderen van een uitweg):
1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als:
daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of
het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.
2. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking.
3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als:
daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;
dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
4. De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.
5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
Beleidsregel toetsen melding uitweg gemeente Roosendaal
Artikel 3 (Breedte en herkenbaarheid van de uitrit):
De uitrit in woonwijken heeft een breedte van maximaal vier meter.
De uitrit op bedrijventerreinen heeft een breedte van maximaal vijftien meter.
Alleen in zeer bijzondere situaties kan van deze maatvoering worden afgeweken.
In uitzonderlijke situaties, buiten de bebouwde kom waarbij de rijbaan niet breed genoeg is, kan tegenover de uitweg de berm plaatselijk worden verhard op kosten van de aanvrager.
De uitweg moet voldoende herkenbaar zijn als eigen niet openbare oprit. In situaties waarbij het niet duidelijk is hoe de voorrang is geregeld, kan aanvullende bebording en markering in de openbare ruimte worden geëist op kosten van de aanvrager.
Artikel 4 (Gevaar voor het verkeer):
In de situatie dat door de realisatie van de uitweg het verkeer in gevaar wordt gebracht kan gedacht aan locaties op of naast een kruispunt of een t-splitsing of als het zicht op het verkeer onvoldoende is. Dit zal per situatie beoordeeld worden.
Met het oog op de verkeersveiligheid kan de uitweg als regel niet kunnen worden gerealiseerd:
- op kruisingen of splitsingen van wegen
- binnen 10 meter afstand van het snijpunt van rijbaankanten ter hoogte en over de lengte van op de rijbaan aangebrachte opstelstroken c.q. voorsorteervakken
- binnen een afstand van 50 meter van verkeerslichten;
- in een onoverzichtelijke bocht
- kort bij een weghelling; bij onvoldoende uitzicht.
Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van gevaar voor het verkeer zijn verder de situatietekeningen zoals opgenomen in de bijlage bij deze beleidsregels richtinggevend
De uitweg wordt ook verboden op een plaats waar de ruimte voor het plaatsen van een personenauto op het eigen erf minder is dan 2,50 meter breed en 6 meter lang. Door de te krappe ruimte kunnen gevaarlijke situaties ontstaan op de weg op de eventueel voorliggende stoep of op het eigen erf.
Artikel 8 (Ontsluiting perceel):
Het uitgangspunt is dat ieder perceel ontsloten wordt op de openbare weg. Per perceel kan één uitweg worden aangelegd.
Een tweede uitweg is mogelijk als de zijde van het perceel groter is dan 30 meter gemeten langs de openbare weg.
Als de nieuwe uitweg wordt aangelegd ter vervanging van een oude uitweg (maar op een andere plaats) dient de oude uitweg vóóraf te worden verwijderd, waarna de weg ter plaatse van de opgeheven uitweg in de oorspronkelijke staat wordt hersteld.