ECLI:NL:RBZWB:2025:1006
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning na beroep tegen beschikking heffingsambtenaar
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van een woning op 1 januari 2022, oorspronkelijk vastgesteld op €303.000. De heffingsambtenaar had het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep heeft behandeld op 29 januari 2025.
De rechtbank beoordeelde de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de heffingsambtenaar een waarde van €189.000 aannemelijk maakte met behulp van een taxatiematrix en referentiewoningen die vergelijkbaar waren in type, ligging en bouwperiode. Belanghebbende stelde een lagere waarde van €180.000, maar leverde geen onderbouwing aan.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woningen en dat de waardebepaling in overeenstemming was met de Wet WOZ. Het beroep werd gegrond verklaard, de waarde werd verminderd tot €189.000 en de heffingsambtenaar werd verplicht het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd van €303.000 naar €189.000 en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.