ECLI:NL:RBZWB:2025:1008
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in Middelburg
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Middelburg, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €650.000 en na bezwaar verlaagd naar €624.000. Belanghebbende stelde dat de waarde €599.000 zou moeten zijn en voerde onder meer aan dat referentiewoningen na de waardepeildatum niet gebruikt mochten worden en dat het gebruiksoppervlak onjuist was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de gebruikte referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en dat de heffingsambtenaar op transparante wijze rekening had gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, onder meer door correcties op KOUDV-factoren en grondwaarde. De argumenten van belanghebbende werden niet gevolgd, aangezien marktgegevens rondom de waardepeildatum leidend zijn en een internet-WOZ-check onvoldoende onderbouwing bood.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde van €624.000 op zorgvuldige wijze was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €624.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.