ECLI:NL:RBZWB:2025:1041
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd bij geschil over gunningsbeslissing Europese aanbesteding
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de gunningsbeslissing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport betreffende een Europese aanbesteding voor een Persoonlijke Gezondheidsomgeving. Verzoekster stelde dat het gunningsbesluit een subsidiebesluit betrof, waardoor de bestuursrechter bevoegd zou zijn. De minister stelde dat het een civielrechtelijk geschil betrof en dat de voorzieningenrechter daarom onbevoegd was.
De voorzieningenrechter verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een regeling als subsidie werd aangemerkt, maar stelt dat de huidige gunningsbeslissing niet voldoet aan de criteria voor subsidie zoals vastgesteld in artikel 4:21 Awb Pro. De opdracht is nauwkeurig omschreven, de minister heeft veel zeggenschap, en er is sprake van een commerciële transactie waarbij de minister betaalt voor geleverde diensten.
Daarom kwalificeert de gunningsbeslissing niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en is de voorzieningenrechter onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek. De voorzieningenrechter gaat niet in op het spoedeisend belang of de inhoud van de gunningsbeslissing. Verzoekster is geen griffierecht verschuldigd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om voorlopige voorziening tegen de gunningsbeslissing.