ECLI:NL:RBZWB:2025:1722
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gunningsbeslissing Europese aanbesteding Persoonlijke Gezondheidsomgeving
In deze zaak verzocht [verzoekster] B.V. om een voorlopige voorziening tegen de gunningsbeslissing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport inzake de Europese aanbesteding Persoonlijke Gezondheidsomgeving. De voorzieningenrechter had eerder al geoordeeld dat zij onbevoegd was omdat de gunningsbeslissing geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro betreft.
[verzoekster] diende een herhaald verzoek in, aangevoerd met een brief van de minister waarin werd gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze brief weliswaar een nieuw feit kon zijn, maar dat dit niet leidde tot een ander oordeel over de bevoegdheid. De brief is een standaard verdagingsbrief zonder motivering dat het om een besluit zou gaan.
Daarom bleef het oordeel dat de voorzieningenrechter onbevoegd is ongewijzigd. De voorzieningenrechter hoefde daardoor niet te oordelen over het spoedeisend belang of de inhoud van de gunningsbeslissing. Omdat zij onbevoegd is, is geen griffierecht verschuldigd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om het verzoek om voorlopige voorziening te behandelen en wijst het verzoek af.