ECLI:NL:RBZWB:2025:1054
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatregel Participatiewet wegens te snel interen op erfenis
Eiser ontving vanaf 2012 een bijstandsuitkering, die werd beëindigd na ontvangst van een erfenis van ruim €74.000. In 2023 vroeg hij opnieuw bijstand aan, waarbij de uitkering als lening werd verstrekt vanwege onverantwoord snel interen op de erfenis. Na bezwaar werd de lening omgezet in een maatregel van 100% verlaging gedurende één maand.
De rechtbank beoordeelde of deze maatregel terecht was opgelegd. Eiser voerde aan dat de uitvoerder van de Participatiewet ook verantwoordelijk was voor gebrekkige begeleiding vanuit de Wmo, waardoor hem geen verwijt kon worden gemaakt. De rechtbank oordeelde dat Vivet de Wmo-begeleiding uitvoerde en eventuele nalatigheid niet aan het bestuursorgaan kan worden toegerekend.
De rechtbank stelde vast dat eiser tekortschietend besef van verantwoordelijkheid had getoond door te snel te interen op de erfenis, wat een maatregel rechtvaardigt. Ook waren de persoonlijke omstandigheden en de begeleiding voldoende in aanmerking genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat geen onrechtmatig besluit was vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de maatregel van 100% verlaging van de bijstand gedurende één maand.