Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens 4 km per uur te hard rijden binnen de bebouwde kom. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kern van het geschil betrof de vraag of er een reële mogelijkheid tot staandehouding was geweest. Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de bestuurder worden staande gehouden om een boete op te leggen; alleen bij afwezigheid van die mogelijkheid mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. De verbalisant had afgezien van staandehouding vanwege een mobiele radarcontrole.
De kantonrechter overwoog dat ook bij mobiele radarcontroles een reële mogelijkheid tot staandehouding kan bestaan. Omdat de officier van justitie geen aanvullend proces-verbaal kon overleggen dat duidelijk maakte dat staandehouding onmogelijk was, kon de gedraging niet worden vastgesteld. Daarom werd de boete aan de kentekenhouder ten onrechte opgelegd.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beslissing en beval terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene. Er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende vaststelling van de gedraging.