Op 8 juli 2024 werd in een professioneel aangebrachte verborgen ruimte in de auto van verdachte 1995,24 gram heroïne aangetroffen. De politie doorzocht de auto rechtmatig na een ANPR-hit en vond twee pakketten met heroïne, waarvan één monster positief werd getest door het NFI. Verdachte was de gebruiker van de auto en zat als bijrijder in de auto toen de drugs werden vervoerd.
De rechtbank oordeelde dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de heroïne en daarover beschikte, mede vanwege het ontbreken van een aannemelijke verklaring en de vondst van foto’s van drugs op zijn telefoon. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen omdat nauwe samenwerking met anderen niet kon worden bewezen.
De rechtbank wees het verweer van de verdediging af dat de doorzoeking onrechtmatig was en concludeerde dat de doorzoeking rechtmatig was op grond van artikel 96b Sv. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarbij rekening werd gehouden met eerdere veroordelingen en het feit dat verdachte geen verantwoordelijkheid nam.
De rechtbank gelastte de teruggave van een telefoon aan verdachte en onttrok de auto en hasj aan het verkeer. Tevens werd de voorwaardelijke straf van een eerdere veroordeling tenuitvoer gelegd omdat verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegde.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 11 maart 2025.