Belanghebbende diende twee aanvragen in bij de inspecteur van de Belastingdienst: een verzoek om ambtshalve vermindering voor de aanslag IB/PVV 2019 en een verzoek tot herziening van de voorlopige aanslag IB/PVV 2023. De inspecteur besloot niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van acht weken, waarna belanghebbende de inspecteur in gebreke stelde.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur alsnog binnen twee weken na verzending van het vonnis moet beslissen. De rechtbank wijst een dwangsom toe van €100 per dag per aanvraag met een maximum van €15.000 per aanvraag. Tevens stelt de rechtbank de reeds verschuldigde dwangsommen vast op €1.442 per aanvraag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 december 2024 tot betaling.
De rechtbank wijst het verzoek om een langere beslistermijn af, omdat belanghebbende voldoende informatie had verstrekt voor een beoordeling. Daarnaast wordt het griffierecht van €51 aan belanghebbende vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting wegens kennelijke gegrondheid van de beroepen.