ECLI:NL:RBZWB:2025:1449
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen invordering verbeurde dwangsommen
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen invorderingsbesluiten van het college van burgemeester en wethouders van Breda waarbij in totaal €30.000,- aan verbeurde dwangsommen werd gevorderd. Zij verzocht daarnaast om een voorlopige voorziening om de invordering te schorsen.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegekend bij onverwijlde spoed en onomkeerbaarheid van gevolgen. Financieel belang op zichzelf is onvoldoende, tenzij sprake is van een dreigende financiële noodsituatie. Verzoekster stelde dat haar onderneming in gevaar komt en dat zij windbreekgaas wil plaatsen om schade te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster dit spoedeisend belang niet aannemelijk heeft gemaakt met objectief bewijs. Ook leidt schorsing niet tot het voorkomen van nieuwe dwangsomlasten. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de invordering van verbeurde dwangsommen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.