ECLI:NL:RVS:2024:798
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening exploitatievergunningen passagiersvaart Amsterdam
De zaak betreft verzoeken om voorlopige voorzieningen van meerdere exploitanten van passagiersvaartvaartuigen in Amsterdam tegen uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2022. De verzoekers wilden hun exploitatievergunningen die per 1 maart 2024 zouden verlopen, blijven gebruiken totdat in de hoofdzaak een einduitspraak is gedaan.
De voorzieningenrechter beoordeelde eerst of sprake was van onverwijlde spoed, waarbij een financieel belang op zichzelf onvoldoende is, tenzij de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt. Voor de meeste verzoekers, waaronder Mokumboot, Flagship Amsterdam, IndySign, Rederij Nassau, [verzoeker sub 5] en Boaty, was niet aannemelijk dat zij in een financiële noodsituatie zouden verkeren bij verlies van vergunningen, mede omdat zij over andere vergunningen beschikten of nieuwe vergunningen zouden verkrijgen.
Alle verzoeken werden daarom afgewezen, behalve het verzoek van [verzoeker sub 4] (Rederij [bedrijf]). Deze verzoeker had aannemelijk gemaakt dat het verlies van één van zijn twee vergunningen een aanzienlijke bedreiging voor de continuïteit van zijn bedrijfsvoering vormde. De voorzieningenrechter vond het belang van deze verzoeker zwaarder wegen dan het belang van het college en wees het verzoek toe. De vergunning van [verzoeker sub 4] blijft daardoor geldig tot uitspraak in de hoofdzaak.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [verzoeker sub 4].
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen voor één exploitatievergunning van Rederij [bedrijf] en afgewezen voor de overige verzoekers.