ECLI:NL:RBZWB:2025:1514
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als magazijnmedewerker, ontving sinds april 2022 een Ziektewetuitkering vanwege schouder- en elleboogklachten na een fietsongeval. Het UWV beëindigde de uitkering per 25 september 2023 omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank beoordeelde het beroep van eiser tegen deze beëindiging.
De medische beoordeling door een arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeerde dat eiser beperkingen heeft bij bovenhandse activiteiten met zijn dominante rechterarm, maar dat er geen noodzaak is voor een urenbeperking. De klachten zijn medisch objectief vastgesteld en de beperkingen zijn vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De verzekeringsarts b&b vond geen aanleiding om de beperkingen te wijzigen ondanks door eiser aangevoerde chronische klachten en slaapproblemen.
De arbeidsdeskundige b&b stelde dat de functies die ten grondslag liggen aan de arbeidsongeschiktheidsberekening passend zijn. Op basis van de vastgestelde belastbaarheid en de verdiencapaciteit in deze functies concludeerde het UWV dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank volgt dit oordeel en verklaart het beroep ongegrond, waardoor de beëindiging van de ZW-uitkering per 25 september 2023 rechtmatig is.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Ziektewetuitkering wordt terecht beëindigd per 25 september 2023.