ECLI:NL:CRVB:2009:BG9617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- M.C.M. van Laar
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAJONG-uitkering wegens onvoldoende medische urenbeperking
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo die het beroep van betrokkene tegen de intrekking van zijn WAJONG-uitkering gegrond had verklaard. Betrokkene ontving sinds 1997 een WAJONG-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Het UWV had deze uitkering per 1 december 2005 ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid volgens hen was gedaald tot minder dan 25%.
De rechtbank oordeelde dat het UWV ten onrechte geen urenbeperking had opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) ondanks het chronisch vermoeidheidssyndroom van betrokkene. In hoger beroep betwistte het UWV dit en verwees naar medische rapportages waarin werd gemotiveerd dat een urenbeperking niet medisch noodzakelijk was, omdat met de bestaande beperkingen in de FML voldoende rekening werd gehouden met de beperkingen van betrokkene.
De Centrale Raad van Beroep volgde het standpunt van het UWV. De Raad vond dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende had gemotiveerd waarom een urenbeperking niet geïndiceerd was en dat de aanwezigheid van een uitzonderingssituatie op zichzelf geen aanleiding geeft tot het vaststellen van een urenbeperking. Het hoger beroep van het UWV werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAJONG-uitkering bekrachtigd.