ECLI:NL:RBZWB:2025:1545

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 maart 2025
Publicatiedatum
17 maart 2025
Zaaknummer
23/3082
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:42 AwbArt. 8:104 AwbArt. 7 Wet politiegegevensArt. 15 AVG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing geheimhouding signaaldocument RIEC in fiscale procedure

De inspecteur heeft een verzoek ingediend om geheimhouding van een signaaldocument RIEC in een fiscale procedure. De geheimhoudingskamer heeft zonder zitting het verzoek beoordeeld en de motivering van de inspecteur in een nadere toelichting ontvangen.

De rechtbank bevestigt dat het signaaldocument een op de zaak betrekking hebbend stuk is en toetst vervolgens of geheimhouding gerechtvaardigd is. De inspecteur baseert zijn verzoek op de Wet politiegegevens en privacybelangen van derden, alsmede op lopende procedures bij een andere rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat het belang van de inspecteur bij geheimhouding niet volledig kan prevaleren, maar dat bepaalde geel gearceerde passages, die informatie over derden, melders en strafbare feiten bevatten, vanwege privacy en opsporingsbelangen geheim moeten blijven. De overige delen van het document dienen aan belanghebbende te worden verstrekt.

De rechtbank wijst het verzoek om volledige geheimhouding af en beveelt de inspecteur een geschoonde versie van het document te overleggen met weggelakte passages. Tegen deze beslissing kan alleen hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep in de hoofdzaak.

Uitkomst: Verzoek om geheimhouding wordt toegewezen voor specifieke passages, overige passages worden verstrekt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 23/3082 tot en met 23/3087

Beslissing van de geheimhoudingskamer van 17 maart 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V. uit [plaats], belanghebbende,

(gemachtigde: mr. M. Hendriks),
en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Het verzoek

1. De inspecteur heeft bij brief van 24 februari 2025 een verzoek om geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedaan. De inspecteur heeft daarbij een gesloten enveloppe overgelegd met een stuk dat hij (deels) geheim wil houden. In de enveloppe is aanwezig een ongeschoonde versie van een “Signaaldocument RIEC’, met geel gearceerde delen en waarbij in de kantlijn nummer 1, 2 of 3 is vermeld (hierna: het signaaldocument).
1.1.
De inspecteur heeft in de brief het verzoek toegelicht en heeft op verzoek van de rechtbank op 3 maart 2025 een nadere toelichting toegezonden ter vervanging van de motivering die per abuis in de gesloten enveloppe was gevoegd. De rechtbank zal de motivering in de gesloten enveloppe, zoals de inspecteur heeft verzocht, buiten beschouwing laten.
1.2.
De geheimhoudingskamer heeft een afschrift van de brief aan belanghebbende verstrekt en hem in de gelegenheid gesteld om op het verzoek van geheimhouding van de inspecteur te reageren. Bij brieven van 11 en 14 maart 2025 heeft belanghebbende gereageerd op dat verzoek en aangegeven dat zij zich verzet tegen de geheimhouding. Zij heeft daarbij verzocht om integrale inzage in het signaaldocument.

Overwegingen

Geen zitting
2. De geheimhoudingskamer heeft besloten een mondelinge behandeling ter zitting achterwege te laten. Reden daarvoor is dat de aard van de geheimhoudingsprocedure meebrengt dat een behandeling ter zitting in dit geval naar het oordeel van de geheimhoudingskamer niet nodig is om het verzoek om geheimhouding van de inspecteur te behandelen.
Op de zaak betrekking hebbende stukken
2.1.
De inspecteur heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het signaaldocument geen op de zaak betrekking hebbend stuk is, reeds omdat het stuk geen enkele fiscale relevantie heeft en ook niet kan hebben.
2.2.
De rechtbank overweegt dat de beoordeling of een stuk kwalificeert als op de zaak betrekking hebbende in de zin van artikel 8:42 van Pro de Awb toekomt aan de hoofdkamer. De hoofdkamer heeft reeds beslist dat het signaaldocument als zodanig moet worden aangemerkt en heeft partijen daarvan op 11 februari 2025 op de hoogte gesteld. Dat betekent dat de geheimhoudingskamer hierna alleen toetst of geheimhouding van het signaaldocument gerechtvaardigd is.
Kader voor beoordeling artikel 8:29 van Pro de Awb
2.3.
De omstandigheid dat het signaaldocument behoort tot de op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 8:42 van Pro de Awb brengt niet automatisch mee dat dit stuk (volledig) aan de andere partij ter kennis moeten worden gebracht. Het bepaalde in artikel 8:29 van Pro de Awb biedt aan partijen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de mogelijkheid het overleggen van stukken te weigeren (geheimhouding) of de rechtbank mede te delen dat uitsluitend de rechtbank kennis zal mogen nemen van deze stukken (beperkte kennisneming). Ook biedt artikel 8:29 van Pro de Awb aan partijen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de mogelijkheid stukken niet volledig, maar met onleesbaar gemaakte delen, aan de andere partij en de hoofdkamer ter kennis te brengen.
2.4.
Het verschil tussen het honoreren van een verzoek om geheimhouding en het honoreren van een verzoek om beperking van kennisneming is als volgt:
Geheimhouding: (delen van de) stukken mogen door een partij worden onthouden aan de rechter die de hoofdzaak beslist en aan de wederpartij; zowel de rechter die de hoofdzaak beslist als de wederpartij nemen geen kennis van deze (delen van) stukken en deze blijven bij de beslissing van de hoofdzaak geheel buiten beschouwing (geheimhouding).
Beperking kennisneming: de (delen van de) stukken komen wel ter beschikking van de rechter die de hoofdzaak beslist, maar de wederpartij kan geen kennis nemen van deze (delen van) stukken: de kennisneming is beperkt tot de rechter die de hoofdzaak beslist (beperkte kennisneming).
2.5.
De geheimhoudingskamer begrijpt dat de inspecteur zich beroept op geheimhouding (variant a). De geheimhoudingskamer zal daarom uitsluitend beoordelen of geheimhouding gerechtvaardigd is.
2.6.
Bij het geheimhouden van (delen van) op de zaak betrekking hebbende stukken moet de grootst mogelijke terughoudendheid wordt betracht. Slechts indien de door de inspecteur voor geheimhouding aangevoerde redenen zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming van (delen van) de op de zaak betrekking hebbende stukken, is sprake van gewichtige redenen die geheimhouding rechtvaardigen.
Beoordeling van het verzoek
2.7.
Zoals hiervoor overwogen komt de beoordeling of een stuk kwalificeert als op de zaak betrekking hebbend in de zin van artikel 8:42 van Pro de Awb toe aan de hoofdkamer. Dat betekent dat het primaire standpunt van de inspecteur wordt verworpen en dat de geheimhoudingskamer hierna alleen toetst of geheimhouding van het stuk gerechtvaardigd is.
2.8.
De geheimhoudingskamer heeft, met toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb, kennisgenomen van het geheimgehouden stuk en van de stukken van de hoofdzaak. Het geheimgehouden stuk is vervolgens onderworpen aan een afweging van het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming tegenover de redenen van de inspecteur om (delen van) het stuk geheim te houden.
2.9.
De geheimhoudingskamer oordeelt met betrekking tot het geheimgehouden stuk als volgt.
2.10.
Subsidiair heeft de inspecteur verzocht om volledige geheimhouding van het signaaldocument. De gewichtige redenen zijn er volgens de inspecteur in gelegen dat het signaaldocument grotendeels politiegegevens bevat die zijn verwerkt voor andere doeleinden dan fiscale en dat op deze politiegegevens de geheimhoudingsplicht rust op grond van artikel 7 van Pro de Wet politiegegevens. Het belang bij geheimhouding blijkt uit deze wettelijke bijzondere geheimhoudingsregeling en raakt politiegegevens van meerdere personen. De verwerkte politiegegevens zijn bovendien niet noodzakelijk voor de onderhavige fiscale procedures. Ook zijn er nog diverse procedures aanhangig bij de bestuursrechter van de rechtbank Den Haag die zien op het verkrijgen van inzage door belanghebbende op grond van artikel 15 van Pro de AVG in onder andere het signaaldocument.
2.11.
De rechtbank overweegt dat hetgeen de inspecteur aanvoert is gebaseerd op wetgeving die geen fiscale wetgeving betreft. In artikel 7 van Pro de door de inspecteur aangehaalde Wet politiegegevens wordt aan ambtenaren van politie of anderen aan wie politiegegevens ter beschikking zijn gesteld geheimhouding bevolen maar in ditzelfde artikel worden ook uitzonderingen geformuleerd. Artikel 8:29 van Pro de Awb vraagt echter een eigen afweging van belangen. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de stelling van de inspecteur dat reeds op basis van artikel 7 van Pro de Wet politiegegevens alle politiegegevens geheim moeten blijven. Ook het argument dat nog diverse procedures aanhangig zijn bij een andere rechter over inzage in het betreffende document, kan de inspecteur niet baten. Immers, het betreffende stuk is een op de zaak betrekking hebbend stuk en dient als hoofdregel daarom te worden verstrekt.
2.12.
Meer subsidiair heeft de inspecteur zich op het standpunt gesteld dat alleen de geel gearceerde passages geheim moeten blijven. Hij heeft daarbij een nummer 1, 2 of 3 vermeld en per categorie een toelichting gegeven. De rechtbank zal hierna de passages per nummer beoordelen.
2.13.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de geel gearceerde passages die zijn voorzien van nummer 1 dat in deze passages sprake is van informatie over derden en er geen relevantie is voor het inhoudelijke geschil. De rechtbank is daarom van oordeel dat de geel gearceerde passages met nummer 1 wegens privacyoverwegingen geheim gehouden dienen te worden. De bescherming van informatie over derden weegt naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisgeving van deze passages.
2.14.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de geel gearceerde passages die zijn voorzien van nummer 2 als volgt. Dit betreft informatie die verwijst naar personen die bij de politie meldingen of aangiften hebben gedaan met betrekking tot belanghebbende. Om te voorkomen dat uit deze passages zou kunnen worden opgemaakt wie de meldingen of aangiften heeft gedaan is de rechtbank van oordeel dat ook deze passages geheim gehouden moeten worden. Het belang bij bescherming van persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de melders weegt naar het oordeel zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisgeving van deze passages.
2.15.
Met betrekking tot de geel gearceerde stukken die zijn voorzien van nummer 3 is de rechtbank eveneens van oordeel dat deze geheim gehouden moeten worden. In deze passages wordt gesproken over mogelijke strafbare feiten die geen onderdeel vormen van de procedure waarvoor belanghebbende al dan niet vervolgd zou kunnen worden. Het belang van een effectieve rechtshandhaving en het opsporen en vervolgen van strafbare feiten weegt naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisgeving van deze passages.
Conclusie
2.16.
Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek om geheimhouding is gerechtvaardigd uitsluitend met betrekking tot de genummerde geel gearceerde passages. De inspecteur dient daarom een versie van het signaaldocument te overleggen waarop deze geel gearceerde passages zijn weggelakt.
3.
Beslissing
De geheimhoudingskamer:
- wijst het verzoek om geheimhouding van de volgende passages toe:
- onder 1: de gegevens onder nr.3;
- onder 3: de zin na ‘Zoals hierboven aangegeven is [naam] de eigenaar van de [belanghebbende]’;
-onder 4: eerste alinea tweede zin het woord na ‘gemeente’ en na ‘met betrekking tot’ tot het einde van de zin;
- onder 4: tweede alinea: de derde zin en vanaf de vijfde zin tot aan het woord ‘(Politie)’;
- onder 4: derde alinea: de tiende tot en met de dertiende zin;
- onder 4: vierde alinea: de tweede zin en vanaf de achtste zin tot aan het woord ‘(Politie)’;
- onder 5: derde alinea vierde zin na het woord ‘gehouden’ tot het einde van de zin;
- onder 5: derde alinea laatste twee zinnen;
- onder 5: de vierde, vijfde, zesde, zevende en achtste alinea volledig;
- onder 5: negende alinea: vierde zin eerste woord en vierde en vijfde woord;
- onder 5: negende alinea: zesde zin;
- onder 5: negende alinea: negende en tiende zin;
- onder 9: tweede zin;
- onder 11; eerste alinea derde zin;
- onder 11: tweede alinea eerste en tweede zin;
- onder Overig (door het RIEC in te vullen): eerste zin na het woord ‘Hoofdthema’
tot ‘(doorhalen wat niet van toepassing is)’;
- onder Overig (door het RIEC in te vullen): de volledige kolom met tekst onder ‘Zo ja, welk(e) vitale element(en)/focus?
  • draagt de inspecteur op om binnen een week na deze uitspraak een geschoonde versie van het signaaldocument te overleggen waarop de geel gearceerde passages zijn weggelakt;
  • wijst het verzoek om geheimhouding voor het overige af.
Deze beslissing is genomen door mr. drs. J.H. Bogert, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.J.M. de Fouw, griffier, op 17 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www. rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze beslissing is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing kan ingevolge artikel 8:104, derde lid, van de Awb slechts tegelijk met het hoger beroep tegen de uitspraak in de hoofdzaak hoger beroep worden ingesteld.