ECLI:NL:RBZWB:2025:2729
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op kostenvergoeding en immateriële schadevergoeding bij naheffingsaanslagen omzetbelasting
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 7 mei 2025 uitspraak gedaan in meerdere zaken waarin belanghebbende bezwaar maakte tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2013 tot en met 2018, inclusief boete- en rentebeschikkingen. De inspecteur had deze aanslagen opgelegd, maar erkende later dat het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel was geschonden, waarna de aanslagen en boetes werden vernietigd. De rechtbank beoordeelde of belanghebbende recht had op een integrale kostenvergoeding en immateriële schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende recht heeft op een forfaitaire kostenvergoeding voor de bezwaarfase, omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om hiervan af te wijken. De kostenvergoeding werd vastgesteld op € 970,50, rekening houdend met samenhangende zaken en een wegingsfactor. Daarnaast kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van € 3.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn van 2 jaar, die met 36 maanden was overschreden.
Verder veroordeelde de rechtbank de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten in de beroepsfase, waarbij een vergoeding van € 2.721 werd toegekend. De rechtbank verwierp het standpunt van belanghebbende dat de inspecteur tegen beter weten in had gehandeld, maar erkende wel de schending van het verdedigingsbeginsel en het gevolg daarvan voor de kostenvergoedingen.
De uitspraak benadrukt het belang van het verdedigingsbeginsel en de bescherming van de redelijke termijn in belastingprocedures, waarbij de rechtbank een zorgvuldige afweging maakte tussen de belangen van partijen en de toepasselijke wettelijke regelingen.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt een forfaitaire kostenvergoeding, immateriële schadevergoeding en vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend wegens schending van het verdedigingsbeginsel en overschrijding van de redelijke termijn.