Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser, woonachtig aan een adres binnen de parkeerzone Drie Hoefijzers Noord, diende op 1 december 2023 een aanvraag in voor een tweede parkeervergunning bewoners vanwege het bezit van twee voertuigen. Het college wees deze aanvraag af op grond van de Parkeerverordening Breda 2022 en het Aanwijzingsbesluit parkeren Breda 2023, omdat het adres van eiser niet binnen het door het college aangewezen vergunninggebied valt.
Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing. Hij voerde aan dat het college onterecht geen gebruik maakte van de hardheidsclausule en dat het parkeerbeleid onevenredige gevolgen voor hem en zijn partner heeft, aangezien zij twee auto's bezitten terwijl slechts één parkeerplaats beschikbaar is.
De rechtbank oordeelde dat het college ruime beleids- en beoordelingsruimte heeft bij de toepassing van de hardheidsclausule en dat het college deze bevoegdheid terecht niet heeft ingezet. De rechtbank vond het parkeerbeleid niet kennelijk onredelijk en het belang van het reguleren van parkeerdruk in het gebied zwaarder dan het belang van eiser.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat het besluit niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat het college de parkeerdruk en de kwaliteit van de openbare ruimte adequaat heeft afgewogen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het college de aanvraag terecht heeft afgewezen en eiser geen vergoeding van proceskosten ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een tweede parkeervergunning wordt ongegrond verklaard.