ECLI:NL:RBZWB:2025:1607
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijnoverschrijding bezwaar en ambtshalve vermindering navorderingsaanslag IB/PVV 2011
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2011, die door de inspecteur was opgelegd en later verminderd. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de bezwaartermijn en wees een verzoek om ambtshalve vermindering af wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift inderdaad buiten de termijn was ingediend en dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was, ondanks het verzoek van belanghebbende om soepelheid. Ook het verzoek om ambtshalve vermindering werd terecht afgewezen omdat dit na de wettelijke vijfjaarstermijn was ingediend.
Belanghebbende stelde dat de vijfjaarstermijn niet strikt moest worden toegepast omdat de navorderingsaanslag pas na afloop van die termijn was opgelegd, maar de rechtbank verwierp dit argument en vond dat de regeling niet in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de navorderingsaanslag bleef in stand en belanghebbende kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering wordt ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding.