Partijen zijn buren met aan elkaar grenzende percelen. [Partij 2] plaatste een hek met gaaswerk en een doek op zijn perceel, dat niet volledig ondoorzichtig is. [Partij 1] vorderde dat [partij 2] medewerking verleent tot het oprichten van een ondoorzichtige erfafscheiding op de erfgrens en betaling van de helft van de kosten.
[Partij 2] vorderde in reconventie de verwijdering van camera’s die [partij 1] op zijn perceel had geplaatst omdat deze ook het perceel van [partij 2] filmden. De rechtbank constateerde tijdens een gerechtelijke plaatsopneming dat de privacy van [partij 1] thans voldoende is gewaarborgd door een aanbouw die [partij 2] heeft gerealiseerd nabij de erfgrens. Hierdoor is het belang van [partij 1] bij een ondoorzichtige erfafscheiding komen te vervallen.
De camera’s van [partij 1] filmden niet het perceel van [partij 2] tijdens de plaatsopneming, maar waren kennelijk anders gericht. De rechtbank veroordeelde [partij 1] om de camera’s zo te richten dat deze niets van het perceel van [partij 2] filmen, zoals tijdens de plaatsopneming het geval was, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.