ECLI:NL:RBZWB:2025:167
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening sluiting bedrijfspand wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester van de gemeente Halderberge om een bedrijfspand te sluiten voor twaalf maanden en hebben tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb de zitting achterwege gelaten en beoordeeld of sprake was van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Verzoekers stelden dat zij door de sluiting huurinkomsten mislopen en dat dit een financiële klap voor hen betekent.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een financieel belang op zichzelf niet voldoende is voor het treffen van een voorlopige voorziening, tenzij aannemelijk is gemaakt dat een financiële noodsituatie dreigt. Verzoekers hebben dit niet met objectieve en verifieerbare bewijsstukken onderbouwd.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.