ECLI:NL:RBZWB:2025:1711
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning te sluiten voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs en aanwijzingen voor drugshandel. De politie trof in de woning 74,51 gram MDMA-kristallen en diverse druggerelateerde materialen aan. Verzoeker stelde dat de drugs voor eigen gebruik waren en dat de sluiting disproportioneel is vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat het besluit conform het Damoclesbeleid is genomen. De burgemeester heeft voldoende onderbouwd dat de sluiting noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde, mede gezien de grote hoeveelheid harddrugs en de aanwezigheid van verpakkingsmaterialen.
De voorzieningenrechter vindt dat de sluiting ook evenwichtig is, omdat de gevolgen voor verzoeker niet zodanig zwaar zijn dat de maatregel onevenredig is. Verzoeker is verantwoordelijk voor de drugs in de woning en heeft geen bijzondere binding met de woning aangevoerd. Het verzoek om schorsing van het besluit wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van het besluit tot sluiting van de woning wordt afgewezen en de sluiting voor drie maanden mag worden uitgevoerd.