ECLI:NL:RBZWB:2025:1747
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te Middelburg
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te Middelburg, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op € 405.000 per 1 januari 2022. Hij stelde dat de waarde niet hoger kon zijn dan € 371.000 en voerde diverse bezwaren aan, waaronder de staat van onderhoud en ligging.
De rechtbank beoordeelde of de heffingsambtenaar voldoende gegevens had verstrekt conform artikel 40 van Pro de Wet WOZ en concludeerde dat belanghebbende voldoende informatie had ontvangen om de waarde te controleren. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van schending van artikel 40 Wet Pro WOZ.
De waarde was vastgesteld met de vergelijkingsmethode aan de hand van referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar en oppervlakte vergelijkbaar waren. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen in voorzieningen en onderhoudsniveau. Belanghebbende had onvoldoende onderbouwing geleverd voor een lagere waarde.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en de aanslag OZB en wees de vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 405.000 blijft gehandhaafd.