ECLI:NL:RBZWB:2025:1753

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 maart 2025
Publicatiedatum
27 maart 2025
Zaaknummer
24/5813
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens WOO-besluit

Verzoeker had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn WOO-verzoek van 28 mei 2024. Na het instellen van het beroep heeft de staatssecretaris alsnog op 18 juli 2024 een besluit genomen, waarna verzoeker zijn beroep introk.

Verzoeker verzocht vervolgens om een proceskostenvergoeding. De staatssecretaris bood aan het betaalde griffierecht te vergoeden, maar betwistte dat verzoeker daadwerkelijk proceskosten had gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

De rechtbank oordeelde dat hoewel de staatssecretaris aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen, verzoeker geen proceskosten aannemelijk had gemaakt. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af, maar benadrukte dat de griffierechtvergoeding door de staatssecretaris moet worden voldaan.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 27 maart 2025.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen; griffierecht moet worden vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/5813

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker
en

de Staatssecretaris van Financiën.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het uitblijven van een besluit van de staatssecretaris op zijn WOO-verzoek van 28 mei 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de staatssecretaris op 18 juli 2024 alsnog op zijn WOO-verzoek heeft besloten.
1.1.
Bij brief van 20 november 2024 heeft de staatssecretaris de rechtbank meegedeeld dat hij bereid is het betaalde griffierecht te vergoeden. Verzoeker had beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing en die beslissing was op het moment van het instellen van beroep nog niet genomen aldus de staatssecretaris. Voor wat betreft een vergoeding van proceskosten merkt de staatssecretaris op dat verzoeker niet aannemelijk maakt dat hij daadwerkelijk proceskosten heeft gemaakt.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de staatssecretaris aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de staatssecretaris geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 15 juli 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit op zijn WOO-verzoek. De staatssecretaris heeft op 18 juli 2024 alsnog een besluit genomen. Hiermee is de staatssecretaris tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Moet de staatssecretaris de proceskosten van verzoeker vergoeden?
5. De staatssecretaris is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het bezwaarschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de staatssecretaris verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot de staatssecretaris wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 27 maart 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.