ECLI:NL:RBZWB:2025:1753
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens WOO-besluit
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn WOO-verzoek van 28 mei 2024. Na het instellen van het beroep heeft de staatssecretaris alsnog op 18 juli 2024 een besluit genomen, waarna verzoeker zijn beroep introk.
Verzoeker verzocht vervolgens om een proceskostenvergoeding. De staatssecretaris bood aan het betaalde griffierecht te vergoeden, maar betwistte dat verzoeker daadwerkelijk proceskosten had gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de staatssecretaris aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen, verzoeker geen proceskosten aannemelijk had gemaakt. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af, maar benadrukte dat de griffierechtvergoeding door de staatssecretaris moet worden voldaan.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 27 maart 2025.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen; griffierecht moet worden vergoed.