Belanghebbende, woonachtig in Nederland, ontving in 2021 een AOW-uitkering en pensioenuitkeringen uit Duitsland. De inspecteur legde een aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw op over het Duitse pensioeninkomen. Belanghebbende stelde dat zij niet bijdrageplichtig was en dat de aanslag onjuist was.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende als ingezetene van Nederland verzekerd is voor langdurige zorg en daarom bijdrageplichtig is voor de Zvw. Op grond van de EU-verordening 883/2004 is Nederland bevoegd om Zvw-premies te heffen over de Duitse pensioenuitkeringen. De aanslag is correct berekend en tijdig opgelegd binnen de wettelijke termijn.
Belanghebbende voerde aan dat de belastingrente onredelijk was, maar de rechtbank stelt dat de belastingrente volgens de wet is opgelegd en dat zij niet bevoegd is om de billijkheid van de wet te toetsen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de aanslag en belastingrente blijven in stand en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.