Belanghebbenden maakten bezwaar tegen aanmaningskosten die de ontvanger van de belastingdienst in rekening bracht wegens het niet betalen van navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2008 tot en met 2012. De ontvanger had de aanmaningskosten opgelegd nadat belanghebbenden geen zekerheid hadden gesteld en hun verzoeken om uitstel van betaling waren afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd. De Nederlandse wet- en regelgeving biedt geen uitzondering voor belastingplichtigen die in het buitenland wonen, en de ontvanger is bevoegd om deze kosten te innen. Het niet verlenen van uitstel van betaling was niet onrechtmatig, omdat belanghebbenden geen gevraagde zekerheden hadden gesteld en het beleid van de ontvanger dit toestaat.
Belanghebbenden voerden ook aan dat niet alle stukken tijdig waren verstrekt en dat het handelen van de ontvanger niet in overeenstemming was met het EVRM, maar deze bezwaren werden verworpen. De beroepen worden ongegrond verklaard, de aanmaningskosten blijven in stand en belanghebbenden krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.