ECLI:NL:RBZWB:2025:188
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag BPM en kostenvergoeding met toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €8.089 opgelegd door de inspecteur. Na gedeeltelijke vermindering van de aanslag en toekenning van een kostenvergoeding van 2 punten, is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag na bezwaar terecht is vastgesteld. De rechtbank wijst het standpunt van belanghebbende af dat de schade aan de auto hoger is dan door DRZ vastgesteld, omdat onvoldoende bewijs is geleverd. Ook het beroep op een nieuwere forfaitaire afschrijvingstabel wordt verworpen, omdat de wetgever de invoering daarvan heeft bepaald.
Wel oordeelt de rechtbank dat de kostenvergoeding voor de bezwaarfase te laag is vastgesteld en past het hogere tarief toe. Tevens wordt een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van 29 maanden, waarbij de schadevergoeding wordt verdeeld tussen inspecteur en Staat. Daarnaast krijgt belanghebbende een proceskostenvergoeding en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard met toekenning van een hogere kostenvergoeding, immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding.