ECLI:NL:RBZWB:2025:191
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en afwijzing immateriële schadevergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €4.759 die was opgelegd naar aanleiding van de inschrijving van een gebruikte Volkswagen California Ocean FWD. De inspecteur baseerde de aanslag op een taxatierapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ), waarbij een hogere waarde en geen schade werd vastgesteld dan in het door belanghebbende overgelegde taxatierapport.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor de schade bij belanghebbende ligt en dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er meer schade was dan door DRZ werd vastgesteld. Ook het aangevoerde branchebeleid over acceptabele gebruiksschade was niet bindend voor de inspecteur. Daarnaast werd het beroep op een nieuwere forfaitaire afschrijvingstabel afgewezen omdat de vaststelling daarvan aan de regelgever is voorbehouden.
Ten slotte stelde belanghebbende een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor, maar de rechtbank constateerde dat de uitspraak binnen de wettelijke termijn van twee jaar werd gedaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de vordering tot immateriële schadevergoeding afgewezen.