ECLI:NL:RBZWB:2025:1965
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag bpm en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) van € 1.601 opgelegd door de inspecteur. De auto betrof een gebruikte Alfa Romeo Stelvio uit het buitenland, waarbij verschillende taxatierapporten over de waarde en schade aan de auto zijn overgelegd. De inspecteur baseerde de aanslag op een taxatierapport van Domeinen Roerende Zaken (DRZ), dat een lagere schadewaarde en hogere handelsinkoopwaarde vaststelde dan het rapport van belanghebbende.
Belanghebbende stelde dat de schade ten onrechte onvoldoende in mindering was gebracht en dat 100% van de schade verrekend had moeten worden. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade groter was dan door DRZ vastgesteld en dat de inspecteur niet gebonden is aan branchebeleid over gebruiksschade. Ook de bezwaren tegen de herleidingsmethode faalden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar stelde vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep met circa 21 maanden was overschreden. Daarom kende de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 2.000 toe, alsmede een proceskostenvergoeding van € 226,75 en het griffierecht van € 365. De inspecteur werd veroordeeld tot betaling van deze vergoedingen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag bpm wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van € 2.000 en proceskosten vergoed.