ECLI:NL:RBZWB:2025:210
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling tegen WOZ-beschikking
Belanghebbende stelde de heffingsambtenaar op 6 december 2023 in gebreke vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar tegen de WOZ-beschikking. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling prematuur was, omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken en pas eindigde op 31 december 2023.
De heffingsambtenaar heeft de beslistermijn vervolgens op 21 december 2023 met zes weken verlengd tot 11 februari 2024. Op 16 februari 2024 zond belanghebbende een e-mail die niet als ingebrekestelling kan worden aangemerkt, omdat deze niet duidelijk aandrong op een beslissing maar slechts constateerde dat de termijn verstreken was.
Zelfs als de e-mail als ingebrekestelling zou gelden, was het beroep van 22 februari 2024 te vroeg ingediend, omdat de wettelijke termijn van twee weken na ingebrekestelling nog niet was verstreken. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet zij geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
De uitspraak benadrukt dat de heffingsambtenaar wel verplicht blijft om een beslissing op het bezwaar te nemen. Partijen kunnen tegen deze uitspraak verzet instellen binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling en te vroeg ingediend beroep.