ECLI:NL:RBZWB:2025:2102

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 april 2025
Publicatiedatum
11 april 2025
Zaaknummer
BRE 24/1272 en 24/1273
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging bij navorderingsaanslagen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 april 2025 uitspraak gedaan over de beroepen van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2019 en 2020. De beroepen zijn ingesteld door een gemachtigde die geen machtiging heeft overgelegd.

De rechtbank heeft belanghebbende en diens gemachtigde meerdere malen verzocht om binnen een gestelde termijn alsnog een machtiging in te dienen, maar deze is niet ontvangen. Er is geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank de beroepen daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

De rechtbank beoordeelt de inhoud van de beroepen niet en laat de bestreden besluiten ongewijzigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging, waardoor de navorderingsaanslagen ongewijzigd blijven.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/1272 en 24/1273

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 april 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende], belanghebbende

(gesteld gemachtigde: drs. [gemachtigde]),
en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 5 december 2023. De beroepen zien op de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019 en 2020 met aanslagnummers [aanslagnummer 1] en [aanslagnummer 2].
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat gesteld gemachtigde geen machtiging heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een machtiging overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft hem in haar brief van 29 februari 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Bij aangetekende brief van 13 juni 2024 is nogmaals verzocht een machtiging in te dienen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 14 juni 2024 om 16:37 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen machtiging ingediend.

Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?

5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

6. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 11 april 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.