ECLI:NL:RBZWB:2025:2122

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 februari 2025
Publicatiedatum
11 april 2025
Zaaknummer
11161925 MB VERZ 24-498
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen verkeersboete wegens overtreding geslotenverklaring motorvoertuigen

Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Westelijke Schelderijnweg te Rilland op 11 juni 2023 om 04:55 uur. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden en dat de verbalisant onvoldoende had onderbouwd waarom een staandehouding niet mogelijk was.

De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende grondslag bood voor het vaststellen van de overtreding. De verbalisant had toegelicht dat vanwege een illegale rave-party met veel mensen en voertuigen ter plaatse, een staandehouding niet mogelijk was om escalatie te voorkomen. Dit is in lijn met jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De rechtbank zag geen aanleiding om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen en verklaarde het beroep ongegrond. Ook werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11161925 \ MB VERZ 24-498
CJIB-nummer : 5062 5422 5851 7216
uitspraakdatum : 21 februari 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[naam]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 21 februari 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Westelijke Schelderijnweg te Rilland op 11 juni 2023 om 04:55 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Gemachtigde verwijst naar artikel 5 Wahv Pro en stelt dat er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond, zodat ten onrechte is bekeurd op kenteken. De door de verbalisant gegeven verklaring is in zijn algemeenheid onvoldoende. Van een verbalisant mag verwacht worden dat hij deugdelijk onderbouwt waarom een staandehouding niet mogelijk is. De verbalisant moet een afweging maken en hij moet zijn gedachtegang, die leidt tot een bepaalde afweging, inzichtelijk kunnen maken. De inleidende beschikking komt voor vernietiging in aanmerking, wegens strijd met artikel 5 Wahv Pro. Voorts verzoekt gemachtigde een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan verder niets toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op basis van de verklaring van verbalisant in het zaakoverzicht is er geen aanleiding om te twijfelen aan de gedraging. Daarnaast heeft de verbalisant voldoende toegelicht waarom er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Staandehouding
Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het zaaksoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat op de pleeglocatie een illegale rave-party plaatsvond. Gelet op de hoeveelheid voertuigen, de hoeveelheid mensen en de sfeer ter plaatse heeft er geen staandehouding plaatsgevonden.
Bij ongeregeldheden kan een ambtenaar die met de handhaving van de openbare orde is belast er ter voorkoming van escalaties in redelijkheid voor kiezen om de bestuurder niet staande te houden, maar de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. De kantonrechter verwijst naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2021:6058. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: