Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[naam]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Westelijke Schelderijnweg te Rilland op 11 juni 2023 om 04:55 uur. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, waarbij werd aangevoerd dat ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden en dat de verbalisant onvoldoende had onderbouwd waarom een staandehouding niet mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende grondslag bood voor het vaststellen van de overtreding. De verbalisant had toegelicht dat vanwege een illegale rave-party met veel mensen en voertuigen ter plaatse, een staandehouding niet mogelijk was om escalatie te voorkomen. Dit is in lijn met jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De rechtbank zag geen aanleiding om aan de verklaring van de verbalisant te twijfelen en verklaarde het beroep ongegrond. Ook werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.