Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het parkeren op een plek waar een parkeerverbod geldt (bord E1, parkeerverbodszones) op de Hellingbaan te Vlissingen op 8 augustus 2023 om 19:55 uur. Betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat de gedraging niet is verricht omdat niet is vastgesteld dat het parkeerverbodsbord aanwezig was. De officier van justitie kon geen bewijs leveren dat het bord daadwerkelijk aanwezig was ten tijde van de overtreding.
Tijdens de zitting op 21 februari 2025 stelde de kantonrechter vast dat de officier van justitie geen schouwrapport of andere stukken had overgelegd die de aanwezigheid van de bebording bevestigen. Hierdoor kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat betrokkene de overtreding heeft begaan.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en de beslissing van de officier van justitie, en beval terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling. Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene ter hoogte van €1.230,00. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van de overtreding.